• Margot Van Wauwe

Moederdagen zonder vader

Wat een mooie dag. Moederdagen zonder vader, extra kwetsbaar, en dus des te mooi - tegen beter weten in toch maar een boterkoekske te veel op tafel leggen.


Dan was er ook weer de altijd dragende Moeder Aarde. De vogels floten langs de dijk, de wind waaide in het water en bewoog witte wolken tegen het helderblauwe hemelvlak, en dan dat gevoel - niet te beschrijven en net daarom zo onmetelijk mooi - dat er nog zoveel meer ligt, achter alles wat ik zie. En dat ik dat nooit begrijpen kan.

Rood verbrande wangen. In gedachten ben ik zes. De stem van mama, toen der tijd, zegt dat mijn billekes ook echt áltijd aftersun nodig hebben. En dat ik met mijn buitenspeel-voeten de verse lakens zwart maak. Daarop hoor ik Bomma’s stem. Ze zegt “gij zijt zot, gij” en iets over dat ik buikpijn ga krijgen, omdat ik op blote voeten wild haar oprit van kiezelstenen oploop. De connectie tussen blote voeten en buikpijn heb ik nooit voor waar aangenomen. Toch niet letterlijk, althans. Haar liefde wel.

Intussen lig ik met Aloë Vera - de nu hippe ecologische variant van aftersun - door het raam naar het onweer te kijken. Zo zie je maar dat alles steeds verandert. Met de jaren alleen maar meer eelt gekweekt op de zool van mijn voeten, in de hiel van mijn hart, en dan ook nog iets met haar op mijn tanden - maar vanbinnen steeds meer lijkend op een weekdier. Op een dag spoelt mijn schelp aan tussen zovele anderen op het strand.

Misschien raapt een onbevangen kind - met zonnebrand op de wangen en blote voeten zonder eelt - me wel op. Met wat geluk mag ik dan in een emmertje bij een verzameling, of gewoon terug in zee. En dan alles gewoon nog een keer. Tot ik het begrijp. Tot alles in elkaar. Tot oneindig veel keer dus.