Ik groei op in het Vlaamse Waasland, in Hamme. Ik ben een kind met enorm veel verbeelding en hou daar zelfs tot op, jawel, 12 jarige leeftijd een ingebeelde vriend aan over. Mijn eerste theaterervaringen doe ik op bij de plaatselijke 100 jaar oude toneelverening Voor God en Den Evenmensch. Een souffleur in de orkestbak, de geur van mottenbollen in kostuums, dialect sprekende acteurs, veel bier en Middeleeuwse kluchten: hier begint het. 

 

Wanneer ik 16 ben, ga ik naar de Kunsthumaniora in de Ottogracht in Gent en besef plots dat mijn rode broek helemaal niet zo bijzonder is; Punkers, Gothics, Hippies (kortom, een grote variatie aan naar een identiteit zoekende pubers), het is er allemaal. Eindelijk ben ik in 't stad, meer personages om mij heen. Ik studeer er af met een scriptie en solo over Smoor van Eric De Volder. Ik kruip in de huid van een Hams vrouwtje, verzamelaar van doodsprentjes en Mariabeelden. 

  

In 2010 ga ik theater studeren in Tilburg aan de Fontys Hogeschool voor de kunsten. Ik leer er spelen, lesgeven en theatermaken in vele stages en projecten. Ik studeer af met mijn voorstelling Dressed up for the let down die wordt geselecteerd voor de Entreeprijs van Theaterfestival Boulevard. Ik zit echter vol vragen en twijfels, vermoeid door de vier afgelopen intensieve jaren. Ik hoef geen prijs. Bovendien hoorde ik in die kunsthumaniora toch bij de 'hippies'? Hoe beteken ik, vanuit dit kleine theaterwereldje, iets in de échte wereld? 

 

Een half jaar later vertrek ik op stage bij ASSITEJ in Kaapstad in Zuid-Afrika. Ik werk er 5 maanden met een groep jongeren uit Vrygrond Township, maak een voorstelling vanuit hun persoonlijke verhalen, ontdek het land via de podiumkunsten - als spiegel van een samenleving. Ik merk weer hoe krachtig theater kan zijn. Bij thuiskomst schrijf ik een onderzoek naar theater en (persoonlijke en maatschappelijke) ontwikkeling. Mijn passie en goesting zijn terug, zelfs beter dan voorheen. 


Ik ga in Gent wonen. Ik geef les, heb enkele projecten en kom als freelancer in contact met diverse (vaak jonge) mensen en groepen. Daarnaast schudden enkele verlieservaringen mij door elkaar. Ik verlang naar de stilte tussen woorden, zinnen en muziek en naar ruimte voor verdriet en reflectie. Ik kom in aanraking met Boeddhisme en mindfulness. De zoektocht naar zingeving en betekenis die ik al jaren via theater en verhalen heb vormgegeven, vindt op steeds verscheidener manieren een weg. Mijn theaterwerk, wordt steeds meer mensenwerk. Het sociale kruist steeds meer het artistieke. Naast het deeltijds werken in het kunstonderwijs en aan eigen projecten, ben ik intussen alweer bijna klaar met een tweede bachelor, in de Gezinswetenschappen (sociaal-agogisch werk).
 

Genoeg 'gestudeerd'. Ik kijk uit naar boeken lezen zonder dat ik ze nadien vanbuiten hoef te leren of er iets mee 'moet'. Vanaf nu wil ik enkel nog leren vanuit léven: ervaren, uitproberen en ontmoeten, met humor en relativeringsvermogen als trouwe vrienden in mijn achterhoofd. Daar waar lichtheid en donkerte elkaar tegenkomen, begint voor mij schoonheid. 

Leven wil zeggen geen zekerheid hebben, niet weten wat komt of hoe. Op het moment dat je weet hoe, ga je ook een beetje dood. Een kunstenaar weet ook nooit helemaal zeker hoe. Dus doen we een gok. Misschien zitten we ernaast, maar toch zetten we de ene stap na de andere in het duister. Agnes de Mille 

Margot-2.jpg

                                                              © Jeroen Willems