Margot Van Wauwe_ Foto Gökay Çatak

                                                              © Gökay Çatak

1991. Ik word geboren en groei op in het Vlaamse Waasland, te Hamme. Ik ben een kind met enorm veel verbeelding en hou daar zelfs tot op, jawel, 12 jarige leeftijd een ingebeelde vriend aan over. Mijn eerste theaterervaringen doe ik op bij de plaatselijke 100 jaar oude toneelverening Voor God en Den Evenmensch. Mijn eerste hoofdrol is die van Baloe de beer, eigenlijk gewoon omdat ik een beetje dik ben. Dat laatste beslis ik te verdringen en ik speel mijn rol met glans. Een souffleur in de orkestbak, de geur van mottenbollen in kostuums, dialect sprekende acteurs, veel bier en Middeleeuwse kluchten: hier begint het. 

 

2007. Rond mijn 14de levensjaar word ik ongeduldig en benieuwd. Ik ga naar de Kunsthumaniora in de Ottogracht in Gent en besef plots dat mijn rode broek helemaal niet zo bijzonder is; Punkers, Gothics, Hippies (kortom, een grote variatie aan naar een identiteit zoekende pubers); het is er allemaal. Eindelijk ben ik in 't stad; meer personages om mij heen. Ik studeer er af met een scriptie en solo over "Smoor" van Eric De Volder. Ik kruip in de huid van Hams vrouwtje, verzamelaar van doodsprentjes en Mariabeelden. 

  

2010. Aansluitend ga ik theater studeren in Tilburg aan de Fontys Hogeschool voor de kunsten, waar ik ontdek dat ik niet alleen speler, maar ook maker en docent kan worden. Vier drukke jaren met heel veel les, zoektochten, verwarring, vallen, opstaan, voorstellingen en stages. Ik volg in mijn laatste jaar ook een minor creatief schrijven aan de Hogeschool voor Journalistiek, waarvoor ik literaire reportages schrijf, en een dichtbundel opgedragen aan mijn dan net overleden opa. 

 

2014. Ik studeer af aan de FHK met mijn voorstelling "Dressed up for the let down", die wordt geselecteerd voor de Entreeprijs van Theaterfestival Boulevard. Maar ik zit met veel vragen, angst en twijfel. Ik hoef geen prijs. Ik wil liefst 'gewoon heel gewoon' doen. Bovendien hoorde ik in die kunsthumaniora toch bij de "hippies"? Hoe beteken ik, vanuit dit kleine theaterwereldje, iets in de échte wereld? 

 

2015. Ik schrijf me in voor een Postgraduaat Internationale samenwerking Noord-Zuid aan de Vives Hogeschool. In januari vertrek ik, ietwat aarzelend, op stage bij ASSITEJ in Kaapstad in Zuid-Afrika. Ik werk er een half jaar met een groep jongeren uit Vrygrond Township, maak een voorstelling vanuit hun persoonlijke verhalen, ontdek het land via theater - als spiegel van een samenleving. Ik merk weer hoe krachtig theater kan zijn. Bij thuiskomst schrijf ik een onderzoek naar theater en (persoonlijke en maatschappelijke) ontwikkeling. Mijn passie en goesting zijn terug, zelfs beter dan voorheen. 


2016-2017. Ik ga in Gent wonen. Ik geniet van het leven en de liefde.  Ik geef les, heb enkele projecten en kom als freelancer in contact met diverse (vaak jonge) mensen en groepen. Thuis organiseer ik af en toe, omdat ik toevallig een grote living heb, een Salon Récamier (een avond waar jonge kunstenaars hun werk kunnen tonen) en verhaalavonden. 

 

2018-2020.  Enkele verlies-ervaringen schudden mij door elkaar. Ik wil naast alle gekte, beweging en geluid, ook meer rust en stilte in mijn leven: het besef hoe belangrijk ruimte voor verdriet en reflectie is. Ik kom nauwer in aanraking met, en laat mij inspireren door mindfulness. De zoektocht naar zingeving en betekenis die ik al jaren via theater en verhalen heb vormgegeven, vindt op verscheidener manieren een weg. Mijn theaterwerk, wordt steeds meer mensenwerk. Het sociale kruist steeds meer het artistieke. Naast het deeltijds werken in het kunstonderwijs en aan eigen projecten, ga ik alweer studeren; een tweede bachelor, in de Gezinswetenschappen. 

Parallel met het dromen over de toekomst, ben ik vooral blij met alles wat er nu al is. Ik plant bloemen en kruiden in mijn tuintje en wacht tot ze al dan niet uitkomen. 

Leven wil zeggen geen zekerheid hebben, niet weten wat komt of hoe. Op het moment dat je weet hoe, ga je ook een beetje dood. Een kunstenaar weet ook nooit helemaal zeker hoe. Dus doen we een gok. Misschien zitten we ernaast, maar toch zetten we de ene stap na de andere in het duister. 

- Agnes de Mille